Wolf cut: kiezen, bespreken en stylen

Ontdek wat een wolf cut kenmerkt, hoe die verschilt van een shag of mullet en hoe je een variant kiest, met je kapper bespreekt, stylet en onderhoudt.

Een wolf cut is een sterk gelaagd kapsel met kortere lagen op de kruin, lokken die het gezicht omlijsten en een langere of taps toelopende contour. Het combineert de beweging van een shag met een deel van het lengtecontrast van een mullet. Er bestaat alleen niet één vast model.

Welke variant bij je past, hangt af van je haardichtheid, de dikte van je haren, je natuurlijke haarstructuur, je huidige lengte en je stylingroutine. De belangrijkste vraag is dus niet alleen óf je een wolf cut wilt, maar ook hoe kort de kruin mag worden, hoeveel volheid je in de punten wilt behouden en hoe groot de lengteverschillen tussen de lagen mogen zijn.

Hoe een wolf cut eruitziet

Persoon met een golvende wolf cut, korte lagen op de kruin en langere, taps toelopende punten.

Vier elementen geven het kapsel zijn herkenbare vorm:

  1. Kortere lagen op de kruin. De lagen boven op en achter op het hoofd laten de lokken losser van elkaar vallen en kunnen het haar bij de aanzet meer laten opveren. Kortere lagen maken het contrast met de lengtes meestal duidelijker, maar garanderen geen volume.
  2. Lokken die het gezicht omlijsten. Kortere lokken rond het gezicht verbinden de voorkant met de zijkanten. Afhankelijk van de gewenste vorm kunnen ze ter hoogte van de ogen, wangen of kin beginnen.
  3. Zichtbare beweging. De lagen vallen los van elkaar, golven of krullen, in plaats van als één geheel naar beneden te vallen.
  4. Een langere of taps toelopende contour. De contour is de buitenste omtrek van het kapsel. Onder de kortere lagen blijft lengte behouden. De punten kunnen zacht en vol zijn, fijn uitlopen of bewust luchtig ogen.

Lagen verdelen het bestaande haar anders; ze zorgen niet voor meer haren. Een kruin die voller lijkt, kan ten koste gaan van de volheid in de lengtes, vooral als er veel haar wordt weggeknipt.

Waar je vanuit elke hoek op kunt letten

  • Voorkant: Lokken die het gezicht omlijsten, volume boven aan de zijkanten en langere lokken daaronder. Een pony is optioneel.
  • Profiel: Een zichtbaar verschil tussen de kortere kruin en de langere achterkant, met een geleidelijke of juist uitgesproken overgang.
  • Achterkant: Beweging door de lagen, met daaronder een langere onderrand. De punten mogen taps toelopen, maar hoeven niet dun te ogen.

Bij een gewoon gelaagd kapsel kan het meeste gewicht onderaan blijven zitten. Bij een wolf cut zijn de bovenste lagen doorgaans nadrukkelijker aanwezig.

Wolf cut, shag en mullet: de verschillen

Deze benamingen overlappen. Het belangrijkste verschil zit in de plaats van de kortere delen en de manier waarop ze aansluiten op de rest van het haar.

KapselKenmerkende opbouwVerhouding tussen de lengtes
Wolf cutUitgesproken lagen op de kruinLangere, vaak taps toelopende onderkant
ShagLagen door het hele kapselMeer doorlopende beweging tussen de lagen
MulletKortere voor- en zijkantenSterker contrast met de langere achterkant

Een shag kan korte kruinlagen hebben en een wolf cut kan meer richting een mullet gaan. Geen van deze namen legt vast welke pony, lengte of afwerking erbij hoort.

Bespreek bij de kapper daarom de hoogte op de kruin, de volheid van de onderrand en de overgang tussen korte en lange delen. Die overgang kan vloeiend zijn, maar ook bewust onderbroken: de korte en lange delen vormen dan geen geleidelijk geheel, waardoor het contrast duidelijker wordt.

Twee kapsels die allebei een ‘wolf cut’ worden genoemd, kunnen er daardoor heel anders uitzien. De ene variant heeft bijvoorbeeld langere, vloeiend in elkaar overlopende lagen en volle punten. De andere heeft een korte, ronde bovenkant met daaronder een smalle, luchtige achterkant.

Past een wolf cut bij je haar en routine?

De vier factoren in deze tabel helpen je op weg. Je ziet per factor waar je op kunt letten en welke aanpassing je met je kapper kunt bespreken.

FactorWaar je op kunt lettenAanpassing om te bespreken
HaardichtheidBij een lagere dichtheid kunnen minder haren de onderrand bereiken; bij een hogere dichtheid kan het haar rond de kruin breed uitstaanBehoud bij een lagere dichtheid meer volheid aan de onderkant; haal bij een hogere dichtheid gericht volume weg binnen in het kapsel
Dikte van de harenFijn haar kan door zware producten plat vallen; dikke haren kunnen na het kortknippen naar buiten stekenLaat meer lengte op de kruin als dikke lokken na het drogen naar buiten steken, in plaats van ervan uit te gaan dat flink uitdunnen nodig is
Natuurlijke haarstructuurSteil haar laat de overgangen tussen lagen duidelijk zien; krullen en kroeshaar kunnen droog veel korter vallenStem de kortste lagen af op de natuurlijke, droge vorm en op de krimp per deel van het hoofd
Tijd en moeite voor stylingKorte lagen moet je soms in een bepaalde richting drogen of met een product op hun plek houdenKies langere, vloeiend in elkaar overlopende kruinlagen als je je haar graag aan de lucht laat drogen of er dagelijks weinig aan wilt doen

Haardichtheid en haardikte zijn niet hetzelfde

Bij haar met een lagere dichtheid kan er meer ruimte tussen de lagen zichtbaar zijn, vooral bij de punten. Dan kan het nuttiger zijn om de onderrand voller te houden dan om met heel korte kruinlagen meer volume te suggereren.

Fijn haar is niet hetzelfde als haar met een lage dichtheid. Je kunt veel fijne haren hebben, maar ook relatief weinig dikke haren. Kijk daarom vooral hoe je haar droog valt, in plaats van de keuze alleen op een van deze omschrijvingen te baseren.

Je natuurlijke haarstructuur bepaalt waar de lagen vallen

Bij steil haar zijn lengteverschillen tussen de lagen goed zichtbaar. Golvend haar kan meer beweging krijgen doordat de gewichtsverdeling verandert. Krullen en de strakke krulletjes van kroeshaar, ook wel coils genoemd, kunnen juist sterker opveren nadat de kruin is ingekort.

Als je krulpatroon niet overal op je hoofd hetzelfde is, geeft één natte kniplengte mogelijk geen gelijkmatige vorm zodra het haar droog is. Vraag je kapper om met die verschillen rekening te houden voordat er meer lengte afgaat.

Je dagelijkse routine is belangrijker dan de afwerking in de salon

Een voorbeeld dat uitgebreid met een föhn of krultang is gestyled, laat niet altijd zien hoe het kapsel valt als het aan de lucht droogt. Bestaat jouw routine uit wassen, één product aanbrengen en je haar verder met rust laten? Dan moeten de lagen daarop worden afgestemd.

Vraag voordat je voor een korte kruin kiest: ‘Hoe vallen deze lagen als ik mijn haar natuurlijk draag?’

Hoe je huidige lengte het kapsel beïnvloedt

De vorm die je haar nu heeft, bepaalt hoeveel contrast mogelijk is zonder meer lengte te verliezen dan je wilt.

Als de achterkant al kort is

Er is misschien niet genoeg lengte om onder de kruin een duidelijk langere achterkant te maken. Een compacte wolf cut kan nog steeds, maar lijkt mogelijk meer op een korte shag totdat de achterkant langer is.

Als de kruin al kort is

Laat de kruin niet automatisch nog korter knippen om het resultaat opvallender te maken. Je kapper kan mogelijk de zijkanten en contour bijwerken, terwijl de kruin uitgroeit tot een lengte die beter bij de rest past.

Als je haar lang is

Lang haar biedt meer ruimte voor contrast tussen de kruin en de onderkant. Veel lagen kunnen de onderste lengtes alleen ook flink minder vol maken. Bepaal daarom eerst hoeveel volheid je wilt behouden en kies daarna pas hoe kort de kruin mag worden.

Als je haar grotendeels op één lengte is geknipt

Een eerste wolf cut kan als een grote verandering voelen, doordat de volheid hoger in het kapsel komt te liggen. Een zachtere variant met langere kruinlagen geeft beweging, terwijl de oorspronkelijke contour meer behouden blijft en je je haar gemakkelijker vast kunt dragen.

Kies een zachte, gebalanceerde of contrastrijke wolf cut

Deze omschrijvingen helpen je om je wensen met de kapper te bespreken. Het zijn geen vaste categorieën die elke salon op dezelfde manier gebruikt.

VariantKruin en onderrandUiterlijkStyling en uitgroei
ZachtLangere, vloeiend aansluitende kruinlagen met een vollere onderrandBeweging door de lagen, zonder een duidelijk afgescheiden bovenkantMeestal gemakkelijker vast te dragen; de overgangen vallen tijdens het uitgroeien minder op
GebalanceerdZichtbaar lengtecontrast bij de kruin, met aansluitende zijkantenEen herkenbare wolf cut zonder een extreem smalle achterkantDe aanzet en de lokken rond het gezicht moet je mogelijk wat in model brengen
ContrastrijkKorte kruin met luchtigere punten of duidelijk onderbroken overgangenEen sterk onderscheid tussen de bovenkant en de langere achterkantEr kunnen meer lokken uit opgestoken haar vallen; het duurt langer voordat de kruin weer aansluit op de overige lengtes

Weet je nog niet welke variant je mooi vindt? Met de Hairstyle Finder van Facefy kun je kapselideeën opdoen en verschillende looks vergelijken. Gebruik die als uitgangspunt en bespreek daarna de lagen, lengte en benodigde styling met je kapper.

Zachte wolf cut

Kies een zachte variant als je veel lengte wilt behouden, volle punten belangrijk vindt of dagelijks zo min mogelijk wilt stylen. Controleer of de kortste lagen lang genoeg blijven voor de paardenstaart, knot of haarklem die je vaak draagt.

Gebalanceerde wolf cut

Een gebalanceerde variant past bij je als je zichtbare textuur wilt, maar geen achterkant die sterk afsteekt tegen de bovenste lagen. Deze versie geeft de kruin meer definitie dan de zachte variant. De zijkanten sluiten nog voldoende aan om te voorkomen dat de bovenkant en de langere achterkant als twee losse delen ogen.

Contrastrijke wolf cut

Kies deze variant omdat je het contrast mooi vindt, niet omdat meer lagen automatisch meer volume zouden geven. Korte lokken kunnen gerichte styling nodig hebben en uit een staart of opgestoken kapsel vallen totdat ze langer zijn.

Belangrijke aanpassingen voor haar met een lage dichtheid, krullen en kroeshaar

Haar met een lage dichtheid: houd de onderrand vol

Bij haar met een lage dichtheid is de belangrijkste vraag hoeveel haar na het knippen van de lagen nog tot de onderrand reikt.

Bespreek deze mogelijkheden:

  • De kruinlagen langer houden of minder korte lagen knippen.
  • De onderrand voller houden in plaats van alle punten luchtig te maken.
  • Lengtes die al weinig volheid hebben niet te sterk uitdunnen.
  • Bekijken hoe de punten vallen met je gebruikelijke scheiding en natuurlijke styling.

Punten kunnen dun ogen, ook als de afzonderlijke haren dik zijn. Het gaat om het aantal haren dat de onderrand bereikt, niet alleen om de dikte van die haren.

Krullen en kroeshaar: ga uit van de droge vorm

Aan de lengte van nat of uitgerekt haar kun je niet precies zien waar een krul na het drogen valt. Een kortere kruin kan sterker opveren dan verwacht, vooral als de krullen daar strakker zijn dan aan de zijkanten.

Bespreek de gewenste vorm zoals je haar er normaal gesproken droog uitziet. Laat je kapper controleren waar de kruinlagen en de lokken rond je gezicht vallen zonder ze recht te trekken, voordat er meer lengte afgaat. Delen met verschillende krulpatronen kunnen een andere aanpak nodig hebben.

Vertel ook of je je haar meestal in zijn natuurlijke krulpatroon draagt of het tijdens het stylen uitrekt. Een kapsel dat op uitgerekt haar is afgestemd, kan er heel anders uitzien als je dat niet doet.

Kniptechnieken zijn keuzes, geen garanties

Knippen met een mes of effileerschaar, point cutting en slide cutting kunnen allemaal veranderen hoe zwaar het haar valt en hoe de punten eruitzien. Geen enkele techniek is voor iedere wolf cut goed of juist verkeerd.

Vraag wat de kapper met een techniek wil bereiken: een zware rand verzachten, volume binnen in het kapsel weghalen of de lokken duidelijker van elkaar laten vallen. Als je punten al weinig volheid hebben, kan nog meer haar weghalen juist tegen je wensen ingaan.

Vijf details om met je kapper te bespreken

Maak deze vijf keuzes duidelijk voordat het knippen begint.

  1. Hoe kort de kortste kruinlaag mag zijn. Vraag je kapper aan te wijzen waar die laag naar verwachting valt als het haar droog is. Dit beïnvloedt hoe sterk het haar opveert, hoe je het moet stylen en hoeveel contrast er met de langere delen ontstaat. Zeg het erbij als de bovenste lokken in een paardenstaart moeten passen.
  2. Waar de kortste lokken rond je gezicht eindigen. Geef aan of je ze tot je jukbeen, kin of sleutelbeen wilt. Dat bepaalt de vorm aan de voorkant en of je de lokken achter je oren kunt steken.
  3. Hoe vol de onderrand moet blijven. Wil je volle, zacht taps toelopende of bewust luchtige punten? Dat bepaalt hoe vol de onderkant van het kapsel oogt.
  4. Vloeiende of onderbroken overgangen aan de zijkanten. Lagen die vloeiend op elkaar aansluiten geven een gelijkmatigere overgang. Een bewust onderbroken overgang maakt het verschil tussen de korte en lange delen duidelijker.
  5. Of je een pony wilt. Kies je voor een volle pony, een pony met een scheiding, een schuine pony of geen pony? Dat beïnvloedt hoe de voorkant op de kruin aansluit en hoe vaak je die in model moet brengen.

Bij het kiezen van de lengte van de lokken rond je gezicht kun je ook naar de algemene omtrek van je gezicht kijken. De Face Shape Detector van Facefy maakt op basis van een foto een inschatting van je gezichtsvorm. Die kun je als extra houvast gebruiken. Je gezichtsvorm schrijft niet voor welke wolf cut je moet kiezen; je haarstructuur, haardichtheid en persoonlijke voorkeur blijven belangrijk.

Zo kun je je wensen bijvoorbeeld verwoorden:

‘Ik heb vrij weinig haar, mijn haren zijn fijn en ik heb een losse slag. Meestal laat ik het aan de lucht drogen. Ik wil een gebalanceerde wolf cut, maar het grootste deel moet nog in een staart kunnen. Houd de kruinlagen wat langer en de onderrand redelijk vol. Laat de kortste lokken rond mijn gezicht tot mijn kin vallen, laat de zijkanten vloeiend overlopen en knip geen korte pony.’

In dit voorbeeld verkleinen de langere kruinlagen de kans dat korte lokken plat vallen of uit een staart komen. De vollere onderrand behoudt meer zichtbaar gewicht bij punten waar relatief weinig haren komen. Daar staat tegenover dat het contrast tussen de kruin en de lengtes minder sterk is dan bij een kort, uitgesproken gelaagd voorbeeld.

Er bestaat geen kruinlengte die voor iedereen goed is. Dezelfde kniplengte kan anders vallen bij steil haar, losse golven of strakke krullen.

Gebruik referentiefoto’s zonder om een exacte kopie te vragen

Neem foto’s mee waarop de hele vorm te zien is, niet alleen de meest flatterende hoek.

Checklist voor referentiefoto’s

  • Neem minstens een voor-, zij- en achteraanzicht van het gewenste kapsel mee.
  • Kies ook een foto van iemand met een vergelijkbare natuurlijke haarstructuur of haardichtheid.
  • Benoem bij elke foto één kenmerk dat je wilt overnemen.
  • Benoem bij elke foto één kenmerk dat je niet wilt.
  • Maak onderscheid tussen de knipvorm en de styling.

Bijvoorbeeld: ‘Ik vind deze hoogte op de kruin mooi, maar niet de dunne punten.’ Of: ‘Ik wil deze lokken rond mijn gezicht, maar wel met zijkanten die vloeiend aansluiten.’

Bekijk de hoogte op de kruin, de voorste lokken, de aansluiting aan de zijkanten, de volheid van de onderrand, de pony en de styling apart. Laat je foto’s van verschillende mensen zien? Vertel dan welke details je wilt combineren.

Foto’s laten niet volledig zien hoe dicht het haar is, hoe het beweegt of hoeveel dagelijkse styling het vraagt. Belichting, camerahoek, uitsnede en beeldkwaliteit kunnen de contour verhullen. Ook beeldbewerking, extensions en uitgebreide styling kunnen het haar voller of sterker gevormd laten lijken dan de knipvorm op zichzelf zou doen.

Een wolf cut stylen op basis van je haarstructuur en gewenste look

Bedenk hoe je je haar wilt dragen voordat je voor heel korte lagen kiest. Een kapsel dat aan de lucht moet drogen, kan om andere keuzes in de knipvorm vragen dan een glad en rond geföhnd kapsel.

Steil haar: kies voor losse lokken of een gladdere contour

Wil je je haar aan de lucht laten drogen? Maak dan je scheiding terwijl het nog vochtig is en leg de voorste lokken in de gewenste richting. Een kleine hoeveelheid licht stylingproduct kan de lokken duidelijker van elkaar laten vallen, maar maakt niet vanzelf golven in haar dat van nature steil is.

Voor een warrige look kun je zonder hitte losse krullen maken of enkele lokken gericht met een stylingapparaat modelleren. Gebruik hittebescherming en behandel dezelfde lokken niet telkens opnieuw.

Voor een gladdere look föhn je de aanzet in de gewenste richting en breng je daarna de lengtes met een borstel in model. Als je de kruin te rond föhnt, kan die hoger worden dan je wilt.

Golvend haar: breng de kruin vóór het drogen in model

Breng je favoriete lichte mousse of gel aan op vochtig haar en knijp het voorzichtig van onder naar boven. Maak je scheiding en breng de lokken op de kruin die snel uit elkaar vallen of plat liggen alvast in model.

Je kunt je haar aan de lucht laten drogen. Gebruik je een diffuser, kies dan een zachte luchtstroom en laat je haar zo veel mogelijk met rust terwijl de golven zich vormen. Raak de kruin niet steeds aan: daardoor kunnen de golvende lokken uit elkaar vallen.

Krullend haar: geef definitie zonder de vorm plat te drukken

Verdeel je stylingproduct over vochtige haarsecties en vorm de krullen in hun natuurlijke richting. Let extra op de kortere kruinlagen, zodat die niet platgedrukt onder langere lokken opdrogen.

Laat je haar aan de lucht drogen of gebruik een diffuser, zoals je gewend bent. Haal krullen pas uit elkaar als ze helemaal droog zijn en doe dat alleen waar nodig, in plaats van elke krul los te trekken.

Kroeshaar: style voor de gewenste droge contour

Verdeel je haar in secties en definieer het op je gebruikelijke manier. Houd rekening met delen die sterker of minder sterk krimpen. Bepaal of je je natuurlijke krullen wilt definiëren, je haar wilt uitkammen, twists wilt maken of het wilt uitrekken.

Met hetzelfde kapsel kunnen deze manieren van stylen heel verschillende silhouetten geven. Vertel je kapper hoe je je haar het vaakst draagt, zodat de kruin niet wordt afgestemd op een look die je maar af en toe kiest.

De richting bij de aanzet verandert het resultaat

Door de aanzet omhoog of kort tegen de natuurlijke valrichting in te föhnen, kun je meer volume krijgen. Leid je het haar dichter langs je hoofd, dan blijft de vorm compacter. Ook een andere scheiding kan de volheid op de kruin anders verdelen.

Meer volume is niet altijd het doel. Als je kruin al gemakkelijk breed uitstaat, kun je beter op richting en definitie letten dan op extra volume.

Onderhoud en uitgroei: wat kun je verwachten?

Gebruik deze termijnen als globale richtlijn, niet als vast schema:

  • Pony bijwerken: Ongeveer elke 3 tot 6 weken, als je een bepaalde lengte of opening wilt behouden.
  • De hele laagjesvorm bijwerken: Bekijk na ongeveer 8 tot 12 weken of dit nodig is, afhankelijk van hoe het kapsel valt.

Bij langzamere haargroei, langere varianten en bewust nonchalante styling kun je soms langer tussen knipbeurten wachten. Een korte, nauwkeurig geknipte pony kan eerder aandacht nodig hebben dan de rest.

Niet alle delen veranderen op dezelfde manier. Je pony kan voor je ogen gaan hangen, de kruin kan platter vallen en de onderrand kan een knipbeurt nodig hebben terwijl je de totale lengte nog goed vindt.

Een zachter kapsel met vloeiende overgangen groeit doorgaans gelijkmatiger uit dan een variant met sterk onderbroken overgangen. Wil je je wolf cut laten uitgroeien? Zeg dat bij elke afspraak. Door de kruin steeds opnieuw korter te knippen, houd je het contrast in stand in plaats van de kortere lagen te laten aansluiten op de rest.

Wat kun je doen als je wolf cut niet valt zoals verwacht?

Platte kruin

Probeer eerst een andere scheiding of föhn de aanzet in een andere richting. Gebruik minder zware producten bij de aanzet en voorkom dat vochtige kruinlagen plat tegen je hoofd opdrogen.

Blijft de kruin te plat? Vraag dan of de lagen te lang of te zwaar zijn voor het gewenste resultaat. Ga er niet van uit dat veel korter knippen de oplossing is. Sommige haartypen blijven ook daarna plat vallen.

Te veel volume op de kruin

Droog je haar gerichter langs het hoofd, til de aanzet minder op en verdeel krullen of golven gelijkmatiger in lokken. Haal de bovenste lokken na het drogen niet te veel uit elkaar.

Blijft de vorm breder dan je wilt? Bespreek dan met je kapper of de lagen voorzichtig vloeiender op elkaar kunnen worden aangesloten. Nog korter knippen kan het haar soms juist verder laten uitstaan.

Dun ogende punten

Laat de punten niet verder sterk uitdunnen. Style ze zo dat ze minder los van elkaar vallen en samen een vollere rand vormen.

Als er te veel haar is weggehaald, kan het helpen om de kortere lagen te laten uitgroeien. Zo kan de onderrand weer voller worden. Een klein stukje van de onderkant afknippen kan de rand ook voller laten ogen, maar kost wel wat totale lengte.

Lastige uitgroeifase

Een andere scheiding of afwisselen tussen een warrige en gladdere look kan de overgang gemakkelijker maken. Een kapper kan opvallende lengteverschillen soms verzachten zonder het hele kapsel veel korter te maken.

Anders is de kortere lagen laten uitgroeien mogelijk de praktischste optie. Zelf een al korte kruin bijknippen kan de uitgroeifase verlengen en minder ruimte overlaten om een nieuwe vorm te knippen.

Vallen meerdere delen tegelijk niet goed? Neem dan foto’s mee van je haar vlak na het stylen én van hoe het op een gewone dag zit. Dat helpt bij het gesprek met je kapper meer dan steeds afzonderlijke lokken bijknippen.

Veelgestelde vragen over de wolf cut

Heeft een wolf cut een pony nodig?

Nee. Kortere lokken rond het gezicht kunnen de voorkant met de zijkanten verbinden zonder een aparte pony. Een pony verandert de vorm aan de voorkant en vraagt extra styling en onderhoud, maar hoort niet verplicht bij een wolf cut.

Kun je een wolf cut zonder hitte stylen?

Ja, vooral als de lagen op je natuurlijke haarstructuur zijn afgestemd. Aan de lucht drogen, je haar voorzichtig van onder naar boven knijpen, krullen definiëren en zonder hitte in model brengen zijn allemaal opties. Een voorbeeldfoto met een glad geföhnd kapsel laat alleen niet altijd zien welk resultaat je zonder hitte kunt krijgen.

Kun je met fijn haar een wolf cut nemen?

Ja. Fijne haren sluiten een wolf cut niet uit. Kijk daarnaast naar je haardichtheid, houd voldoende volheid aan de onderkant en ga er niet van uit dat flink uitdunnen blijvend meer volume geeft.

Is een wolf cut onderhoudsarm?

Dat kan, maar de naam alleen zegt niet genoeg. Langere, vloeiend aansluitende lagen zonder korte pony kunnen bij een eenvoudige routine passen. Een korte kruin, sterk onderbroken overgangen of een nauwkeurig gevormde pony kunnen meer aandacht vragen.

De meest praktische variant sluit aan op hoe je haar van nature valt en hoe je het op een gewone dag het liefst draagt.

Wat een digitale preview van een wolf cut wel en niet laat zien

Met een digitale preview kun je de grote lijnen vergelijken: een vollere onderrand of luchtigere punten, zachte lagen of een uitgesproken kruin, een pony of juist een open voorhoofd.

Met de Hair Style Try-On van Facefy kun je op basis van een foto een andere look verkennen. Het beeld kan dienen als uitgangspunt voor een gesprek met je kapper.

Zie het resultaat als een benadering, niet als garantie voor het uiteindelijke kapsel. Belichting, camerahoek, uitsnede, de zichtbaarheid van je haar en de beeldkwaliteit kunnen de preview beïnvloeden. Die kan niet betrouwbaar voorspellen hoe dicht je haar werkelijk is, hoe het beweegt of krimpt, hoe de afzonderlijke haren vallen of hoe een kapper het kapsel precies uitvoert.

De nuttige vraag is: ‘Vind ik deze algemene vorm mooi?’ Je kapper kan vervolgens beoordelen hoe die vorm met jouw haar te benaderen is.

Get haircut ideas matched to your features

Upload one selfie and explore ranked hairstyle recommendations for your face.

Find my hairstyles

No signup required · Your photo stays private

Soft layers hairstyle for womenNatural curls hairstyle for womenStraight lengths hairstyle for women